Gebaseerd op en artikel uit Mathematics in School, van #
- Geef alle leerlingen een strip van ca. 42*7 cm (dus een strookje van A3 papier)
- Zet op alle stroken een schuine rode lijn (zie video’s hieronder), maar wel met verschillende hoeken.
- Zie de vouwvideo’s hieronder.
- NB: geef de leerlingen twee strips en laat ze de vouwopdracht twee keer uitvoeren: één keer om het vouwen onder de knie te krijgen en één keer om tijdens het vouwen te kunnen reflecteren op “wat er gebeurt”.
Leerdoel: opstellen van een recursieve (woord)formule op basis van een concrete, tastbare vouwopdracht.
1.Pak een strip met een rode lijn
2.Vergelijk of jouw rode lijn dezelfde hoek maakt als die van je buren
3.Vouw de zijkant van de strip langs de rode lijn, vouw terug
4.Vouw de andere kant van de strip langs de nieuwe vouwlijn, vouw terug
5.“Zig-zag” zo steeds door tot het einde van de strip….
Recursieve woordformule die hierbij hoort: “180 graden, minus de vorige hoek, gedeeld door twee”
Of: U(n)=(180-u(n-1))/2.
Kortere video die alleen het vouwen laat zien (zonder audio), kun je gebruiken als instructie in de klas:
Hier is de video die de hele haaientand uitlegt: